Met rechte rug en zachte voorkant

Vorige maand volgde ik een masterclass bij Marijke Leys, een van de bekendste Voice Dialogue-opleiders van Nederland en België. Het thema van de dag was ‘Autonomie en verbinding’: hoe bewegen we ons in het dagelijks leven tussen de polen van onpersoonlijke energie aan de ene kant, en die van persoonlijke energie aan de andere kant.

Wat ontzettend leuk was, is dat het thema van de dag meteen zichtbaar werd in de interacties van onze groep. Zo werd bij aanvang van de ochtend al snel duidelijk dat er een groepje van vier a vijf Vlaamse deelnemers aanwezig waren die elkaar al kenden van eerdere trainingen. De aanwezige Nederlandse deelnemers kenden of alleen de trainster of nog helemaal niemand.

Ik merk in zo’n situatie dat mijn eerste neiging bij het zien van een nieuwe groep is om in ieder geval aan iedereen een hand te geven om even contact te leggen en een eerste begin van verbinding te maken. Meestal stel ik uit interesse ook wel wat vragen om de ander al wat beter te leren kennen. Doordat ik daarop gefocust ben, valt het mij des te meer op dat een aantal mensen helemaal niet zo bezig is met contact maken met mij of de anderen, maar zich vooral ophouden met de voor hen vertrouwde mensen dan wel het in stilte bestuderen van de in de ruimte aanwezige rijk gevulde boekenkast. “Nou, die andere mensen mogen ook wel wat meer moeite doen zeg…” Dankjewel meneer de Externe Criticus, leuk dat je er ook weer bij bent.

Na wat pogingen tot contact van mijn kant besluit ook ik mij tot een boekenkast te richten en al gauw is ook mijn hoofd licht naar rechts gebogen om de interessante boekentitels te kunnen lezen. Top, kan ik mezelf even intellectueel vermaken en hoef ik me niet druk te maken om de anderen. Zo kom ik de laatste tien minuten tot het begin van de training comfortabel door. 

Na een warm welkom en een introductie op het thema door Marijke doen we met elkaar een aantal eerste oefeningen. Fijn, want: hierdoor komt er wat gelegenheid om 1-op-1 met mensen te werken en contact te leggen in de veilige setting van een werkvorm. Ik voel dat de spanning bij mij meteen afneemt en dat de leergierigheid weer op de voorgrond komt.

Vervolgens laat Marijke ons het verschil ervaren tussen de pool van autonomie en de pool van verbinding. We staan in twee rijen, ieder tegenover een andere persoon. De mensen in de rij tegenover mij sluiten de ogen en roepen in zichzelf eerst persoonlijke energie op, gericht op verbinding. Dan openen de ogen en is het aan de mensen in “mijn rij” om naar onze partner toe te lopen en door af te stemmen op de ander een afstand in te nemen die goed voelt voor allebei. Gezien de stralende blik en de verwelkomende uitstraling van de jongen tegenover me, voel ik me uitgenodigd om dichterbij te komen. Alsof er op zijn voorhoofd in grote letters “Kom maar dichterbij hoor!” staat geschreven verklein ik de afstand tussen ons. En dan merk ik het: het is aan mij om te bepalen waar ik moet stoppen – hij zal het niet doen! Ik check mijn eigen grens en stop op ongeveer een meter van hem vandaan.

Dan doen we de oefening nog een keer. Ik start weer op mijn oorspronkelijke positie een paar meter van mijn partner af, die de ogen opnieuw sluit en het knopje ‘verbinding’ weer uit zet. Vervolgens roept hij in zichzelf een meer onpersoonlijke kracht op, die gericht is op zijn autonomie en het bewaken van zijn grenzen. Hij opent de ogen en ik kom in beweging. Deze keer gaat het heel anders. Hoewel hij niet per se onvriendelijk kijkt, is zijn blik een stuk strakker dan daarnet. Ik zet wat stapjes naar voren en met elke stap die ik zet voel ik dat hij zijn ruimte sterker afgrenst. Ik krijg het gevoel dat het onbeleefd zou zijn om bij deze meneer nog dichterbij te komen, terwijl ik zelf ook wel behoefte heb om wel iets van contact te blijven maken. Uiteindelijk eindig ik een goede meter verder terug dan in de vorige oefening.

Deze oefening illustreert heel mooi hoe je kunt spelen met deze beide kanten en hoe het altijd een kwestie van afstemmen blijft. We bespreken kort met de hele groep voor welke pool ieder een voorkeur heeft – en hoe dat van tijd tot plaats kan verschillen.

De trainingsdagen blijken een enorm cadeautje te zijn, met een mooie balans tussen theorie en zelf oefenen. Gaandeweg worden we ons extra bewust van hoe belangrijk de rol van autonomie en verbinding is op allerlei levensthema’s. Zorg en zelfzorg, betrokkenheid tonen naar je partner of met je eigen ding bezig zijn, je conformeren aan een groep of je eigen weg gaan. 

En dan krijg ik de kans om, in het heel klein, zelf nog even te oefenen met het thema op een van mijn oude kwetsbaarheden: “hoor ik er wel bij?”. Tijdens de lunchpauze op de tweede dag zitten de Vlaamse collega’s gezellig met hun groepje aan tafel. Als ik er even bij kom staan is het voelbaar dat ze op elkaar gericht zijn en weinig initiatief nemen om mij erbij te betrekken. Bijna automatisch loop ik alweer richting boekenkast numero 3, omdat het toch echt het beste plan lijkt te zijn om in stilte ook deze boekentitels te memoriseren in alfabetische volgorde.

Een stemmetje in mij wordt wakker: “Hallo! Ben jij nu coach? Ga eens even in het ongemak staan!”. Hij zegt het wat lullig, maar…mijn Criticus wil op de een of andere manier wel helpen. Ik kijk naar de tafel waar het groepje geanimeerd in gesprek is – en ik loop weer naar hen toe. Ik ga met mijn kop thee naast de tafel staan, vul mezelf met persoonlijke energie (maar niet te veel) en luister met een glimlach naar het gesprek en zoek een opening om deel te nemen aan de conversatie. Een deel in mij wil meteen weer terug naar de boeken, maar ik blijf staan en verdraag het ongemak. De club aan tafel reageert niet meteen open. Ze blijven nog even gefocust op elkaar. Maar dan, langzaam maar zeker komt er af en toe nog een blik mijn kant op en voel ik dat ik mijn plekje in het groepje begin te krijgen. Ik hum wat, haak aan op een anekdote, ik maak een grapje, en we zijn er. Aan het eind van de dag heb ik echt het gevoel dat ik wat dichter bij de kern van de groep ben gekomen. En dat het ook weer ok is om het na vandaag weer los te laten en ieder onze eigen weg te gaan. 

Als ik iets uit de dagen mee naar huis neem is het de volgende zin: ‘met een rechte rug en een zachte voorkant’. Genoeg autonomie om zelfrespect te hebben en te weten wat ik zelf wil, en tegelijkertijd open te blijven voor de verbinding met de ander, zonder mezelf daar in te verliezen. Een mooi ideaal om naartoe te blijven groeien en in te blijven leren!

Zelf eens een training of Voice Dialogue-sessie volgen bij Marijke Leys? Kijk eens op www.voicedialogue.be voor meer info!